Programma

Inleiding / Download

Uitgangspositie ChristenUnie

Speerpunten 

Dienstbare gemeente

Rol van gemeente 

Veiligheid 

Financiën 

Duurzame leefomgeving

Economie 

Sociale samenhang 

Zorg, welzijn en sociale zaken 

Jeugd, gezin en onderwijs 

Sport 

Cultuur


Klooster+beeld1 driebergen
     

FinanciënFinanciën

U bent hier:
ChristenUnie Utrechtse Heuvelrug
Verkiezingen
Verkiezingsprogramma 2010
Financiën

De begroting van een gemeente staat vol cijfers. Uiteindelijk gaat het niet om die cijfers maar om het verhaal achter de cijfers. Het gaat om het beleid. Beleid maken betekent keuzes maken: waaraan mag hoeveel geld besteed worden? Dat vraagt om een visie op de taak en opdracht van de gemeente in de samenleving.   

De verwachting is dat de komende jaren (veel) minder geld vanuit het rijk naar de gemeenten komt. Dat geldt ook voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Legesinkomsten uit bouwactiviteiten zullen de komende jaren naar verwachting eveneens verminderen. Het gevolg is dat er meer uitgaven zijn dan inkomsten, terwijl die in balans moeten zijn. Toch is de Utrechtse Heuvelrug een redelijk “zuinige gemeente”. In de provincie Utrecht staat de gemeente gemeten naar uitgaven per inwoner in de begroting 2009 (€1657,-) op plaats 21 van de 29. Maar als inkomsten achterblijven zullen ook de uitgaven omlaag moeten. Dat vraagt om pijnlijke keuzes. Daar komt bij dat in moeilijke economische tijden de gemeente onder andere door (extra) investeringen de economie in samenwerking met andere partners een impuls kan geven. Dat vraagt om (extra) uitgaven.

Daarbij kan het aanspreken van de algemene reserve in een of meerdere jaren de overgang naar minder uitgaven verzachten. Die reserve is immers aangelegd om moeilijke tijden door te komen. Als er bezuinigd moet worden dan verdient het de voorkeur activiteiten of taken volledig af te stoten boven het doorgaan met kleine beetjes schrappen op alle activiteiten. Die ‘kaasschaaf’ is vanaf 2006 telkens gehanteerd om inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Uiteindelijk brengt dit de kwaliteit van alle activiteiten en taken in gevaar. Daarmee is die route voor dit moment geen goede oplossing meer.      

De vraag welke taken/activiteiten de gemeente in de komende periode moet schrappen vraagt in de komende maanden om zorgvuldig overleg met de inwoners. Met elkaar zullen we immers de gevolgen daarvan ondervinden. Inkomstenverhoging door het verhogen van de lokale belastingtarieven kan voor een deel bezuinigingen beperken. Dit vraagt om duidelijkheid vooraf. Lastenverzwaring mag geen structurele stoplap zijn om moeilijke keuzes in de reikwijdte van het gemeentelijk beleid maar te vermijden.    

De laatste jaren wordt bij de controle van de gemeentelijke bestedingen steeds meer aandacht besteed aan de vraag of gelden doelmatig en rechtmatig zijn besteed. Doelmatig wil zeggen hoe draagt dit bij aan de bloei van de gemeente. Rechtmatig wil zeggen dat de uitgaven ook terug te vinden zijn in rechtsgeldig genomen besluiten van de wetgever, de raad of college. De ChristenUnie juicht deze ontwikkeling toe. De raad en het college - en het ambtelijk apparaat - moeten steeds in onderlinge samenwerking alert blijven op deze ijkpunten. Er moet duidelijkheid verschaft worden over gemaakte keuzes en er moet begroot en verantwoord worden op basis van heldere normen.

Mondige inwoners vragen verantwoording van de gemeente in het openbaar. De ChristenUnie vindt dit een positieve ontwikkeling. Het gaat immers over de besteding van publieke middelen.

Dit leidt tot de volgende aandachts- en actiepunten:

  • Het gemeentebestuur heeft wettelijk de plicht om jaarlijks te zorgen voor evenwicht tussen inkomsten euitgaven: een reëel sluitende begroting is de norm. Een meerjarenraming is noodzakelijk om op middellange termijn goed zicht te houden op de financiële situatie van de gemeente. Die laat ook zien op welke wijze en op welke termijn een mogelijk financieel ongezonde situatie zal worden hersteld. In de programmabegroting zijn een goede planning van onderhoudbudgetten en degelijke investeringsramingen opgenomen.
  • Een populaire versie van de programmabegroting en het jaarverslag is voor elke inwoner beschikbaar.
  • Het opbouwen en bewaken van een goede reservepositie blijft belangrijk om tegenvallers of incidentele tekorten op te vangen. Crisistijd rechtvaardigt het inzetten van (een deel van) de algemene reserve. Bestemmingsreserves en voorzieningen worden elke twee jaar getoetst op de actuele behoefte.
  • De Onroerend Zaak Belasting (OZB) is de belangrijkste bron van inkomsten die de gemeente ‘vanaf haar eigen grondgebied’ mag heffen. De ChristenUnie vindt dat bij de vaststelling van de OZB-tarieven de volgende elementen van belang zijn: de financiële positie en het ambitieniveau van de gemeente en het totaalplaatje van de eigen belastingen en heffingen (de belastingdruk) ten opzichte van omliggende gemeenten. Om een te sterke verschraling van het ambitieniveau van de gemeente (waardoor basisniveaus van bijvoorbeeld weg- en boomonderhoud niet kan worden gehaald) te voorkomen lijkt de komende raadsperiode verhoging van de OZB boven het inflatieniveau onvermijdelijk.   
  • Kwijtschelding van verschuldigde belasting(en) en heffingen in individuele gevallen is een belangrijk onderdeel van beleid in de strijd tegen sociaal isolement en armoede. Het college moet zich inspannen om het kwijtscheldingsbeleid bekend te laten zijn bij de groepen waarvoor het bedoeld is.
  • De ChristenUnie is voorstander van een actieve gemeente die grond aankoopt om daar vervolgens nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. De gemeenteraad stelt daarvoor kaders vast. Die gaan over tenminste de volgende onderwerpen: de mate van risico dat met de aankoop en ontwikkeling gedragen kan worden, aanwijzing van regisseurs over de projecten (gemeente, projectontwikkelaars of gezamenlijk);de  omvang van een passende reserve en regels voor eventuele afroming van de reserve. Tenminste één maal per jaar geeft het college aan de gemeenteraad of de raadscommissies een overzicht van de grondexploitatie en de financiële situatie van de verschillende grondcomplexen.
  • In de risicoparagraaf van de begroting en jaarrekening worden de belangrijkste risico’s die de gemeente loopt benoemd en van bedragen voorzien. Hierdoor kan er begrotingstechnisch rekening met deze risico’s worden gehouden.
  • De regeling voor het sturen van de financiële geldstromen (het treasury-statuut) moet heldere en solide regels geven over het uitzetten van tijdelijk ‘overtollige’ middelen, spaargelden en beleggingen.
  • Financiële ondersteuning van maatschappelijke activiteiten is een hulpmiddel om de samenleving tot bloei te laten komen. De ChristenUnie staat daarom positief tegenover het subsidiëren van bijvoorbeeld sportverenigingen, culturele activiteiten en – voorzieningen. Beleidsnota’s moeten helder zijn over de bedoeling van gemeentelijke financiële ondersteuning en de verwachte effecten.

Enkele algemene uitgangspunten daarbij zijn:

o   De te subsidiëren activiteiten/voorzieningen zijn duidelijk omschreven.

o   Eigen verantwoordelijkheid van particulieren en organisaties staat voorop. Subsidies betekenen in beginsel een aanvulling op eigen financiële middelen. Verenigingen zullen altijd reële contributies moeten heffen.

o   De hoogte van de structurele subsidies wordt regelmatig geijkt. Een methode daarbij is te kijken naar de organisatie en taakomvang van dat moment zonder het verleden in aanmerking te nemen (zero-based budgetting).

o   Subsidie kan alleen gegeven worden voor activiteiten/voorzieningen die algemeen toegankelijk zijn. Dit geldt ook voor organisaties die werken vanuit een bepaalde levensbeschouwing. Activiteiten die gericht zijn op levensbeschouwelijke vorming, worden niet gesubsidieerd.

o   Subsidieverlening dient alleen te geschieden voor die activiteiten die niet in strijd zijn met algemeen aanvaarde waarden en normen, die het welzijn van inwoners van onze gemeente beogen en/of het nut van de gehele samenleving. Voor de ChristenUnie is daarbij haar programma van uitgangspunten toetsingskader.

 

Wij wonen in een relatief veilige gemeente. Nu en dan is echter sprake van onveiligheid (door criminaliteit, vandalisme, onbeschoft  gedrag of onveilige locaties). De overheid is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Maar bij het handhaven en waar nodig verbeteren van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de inwoners hebben wij elkaar nodig. Politie, organisaties, gemeente en inwoners kunnen elkaar daarbij helpen, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheden. We denken aan:

-        het realiseren van woongebieden met het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

-        het voldoen aan de criteria voor het certificaat Veilige omgeving.

-        het gebruik van de Handreiking Veilig Uitgaan en het Keurmerk Veilig Ondernemen.

-        zo nodig toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door Openbaar Bestuur (BIBOB).

Het behoort vanzelfsprekend te zijn dat ieder van ons de mede-inwoners kan aanspreken op ongewenst en asociaal gedrag met oog voor de eigen veiligheid. Inwoners dienen respect te hebben voor hun mede-inwoners, andermans eigendommen en de leefomgeving.

Ook het voorkómen van normoverschrijdend gedrag is belangrijk. Handhaving en preventie dienen in evenwicht te zijn. Partners in preventie zijn onder andere politie, welzijnswerk, jeugdzorg, onderwijs en gezondheidszorg. De gemeenteraad kan kaders voor de integrale aanpak van het veiligheidsbeleid vaststellen.

Voor de ChristenUnie kan er geen sprake zijn van het gedogen van drugs, coffeeshops, (illegale) drankketen, (illegale) prostitutie en andere situaties die veiligheids- of gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Gedogen is geen oplossing, het creëert (op termijn) alleen maar nieuwe problemen. De overheid stelt op deze belangrijke terreinen duidelijk wat wel en niet mag en heeft oog voor onderliggende problemen.

Dit leidt tot de volgende aandachts- en actiepunten:

·        Handhaving en zo nodig uitbreiding van het aantal wijkagenten levert een belangrijke bijdrage aan het veiligheidsniveau in de gemeente.

·        Het is belangrijk dat jongeren hun wijkagent op een goede manier leren kennen. Een van de middelen daarvoor is het geven van voorlichting in de klas.

 

·        Het integrale veiligheidsplan 2007 moet worden bijgesteld op grond van bereikte resultaten en nieuwe inzichten. Verhaal van kosten van vandalisme op de daders dient te worden opgenomen als beleidsregel.    

·        De gemeente is geen werkgever meer van het brandweerpersoneel. Wij pleiten voor een blijvende inzet van de gemeente voor voldoende brandweermensen (zowel beroeps als vrijwilligers), behoud van de jeugdbrandweer en handhaving van korte lijnen.    

·        Burgernet, een samenwerkingsverband tussen inwoners van of werkenden in een gemeente, de burgerlijke gemeente en politie, is een nieuw initiatief om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen. Nu de pilot in onder andere Nieuwegein is geslaagd kan ook de gemeente Utrechtse Heuvelrug zich inzetten aan Burgernet deel te nemen. Zie ook www.burgernet.nl

·        Aanpak van probleemjongeren: hard als het moet, zacht als het kan. Toepassing van een Doe Normaalcontract en een Doe Normaalbevel kan daarbij een instrument zijn.